Klein, kleiner, kleinst

Op zoek naar de miniaturen van het bloemenrijk

Het is voor velen die kennis maken met de wilde flora een verrassing: hoe klein die plantjes wel niet kunnen zijn. Het is dan ook niet vreemd voor plantenliefhebbers tijdens een uitje op de knieën of de buik te gaan, de loupe in de aanslag. Het gaat daarbij welteverstaan niet (steeds) om mosjes of minuscule zwammetjes, maar wel degelijk om heuse bloemplanten, met volwaardige stengels, bladeren, bloemen en vruchten. In dit artikel besteden we aandacht aan deze kleinoden uit het bloemenrijk. We maken een wandeling dwars doorheen Zedelgem, met de neus boven de grond, en gaan op zoek naar tien kleine bloempjes uit onze streek…

We beginnen onze tocht in het Natuurgebied Doeveren (Zedelgem-Oostkamp), dat een mozaïeklandschap is van bossen, dreven, heides en weilanden. Tot voor kort bestonden vele bospercelen in dit gebied uit aanplantingen van uitheemse boomsoorten zoals Fijnspar, Lork en Amerikaanse eik. Voor de inrichting van Doeveren als natuurgebied worden deze percelen gerooid en oppervlakkig afgegraven, zoals bericht in vorige nummers van dit tijdschrift. Door deze werkzaamheden worden kansen gegeven aan een natuurlijkere plantenrijkdom. Diep verscholen onder de humus van deze bomen liggen immers de zaden van vele plantensoorten te wachten op hun beurt.

Eén van de eerste die reageert, is het Liggend hertshooi.

Hoogte: 5 centimeter (1)

Ondanks dit geringe formaat, toont het plantje opvallende, gele bloempjes. Wie goed naar die bloempjes kijkt, ziet een zekere gelijkenis met het beter gekende SintJanskruid, waar het zeer nauw mee verwant is. Een mini SintJanskruidje, als het ware…

Op deze open plaatsjes duikt ook het Borstelbies snel op, net zo snel als het doorgaans weer verdwijnt. Dit grasachtig plantje wordt soms bloeiend gevonden vanaf twee centimeter hoogte. En in tegenstelling tot Liggend hertshooi, zijn de bloempjes een heel pak minder opvallend. Voer voor speurneuzen dus!

We lopen verder in Doeveren, en passeren een stukje heide. Heide is een vegetatie die typisch voorkomt op zandgronden die arm zijn aan nutriënten. Die voedselarmoede heeft er toe geleid dat verscheidene planten hun spijs elders zijn gaan zoeken. Een spectaculair voorbeeld hiervan zijn de vleesetende planten. In onze streek is het bekendste voorbeeld ongetwijfeld de zonnedauw. De Kleine zonnedauw, die ook in Doeveren voorkomt, bloeit al vanaf 2 centimeter hoogte. Zijn prooien, die zich door de ‘druppeltjes’ op het blad laten verleiden, bestaat dan ook voornamelijk uit insecten van klein formaat. Toch is het niet uitzonderlijk dat ook waterjuffers of vlinders worden gegrepen en verteerd!

Kleine zonnedauw – foto: Erwin Derous

Nog in Doeveren vinden we uitgebreide weilanden terug. Deze graslanden bestaan uit een gesloten grasmat, waar dankzij een aangepast graslandbeheer nu een grotere bloemenrijkdom wordt bewerkstelligd. Voorlopig kan dit enkel vanaf de dreven worden bewonderd, maar we geven graag mee dat volop aan een nieuwe wandellus wordt gewerkt waarmee de wandelaar ook de weilanden zelf zal kunnen verkennen. Tot het beheer van deze weilanden behoort ook begrazing door runderen. Waar deze dieren de grasmat stuk lopen, en de onderliggende zandbodem vrijkomt, duiken opnieuw bijzondere bloempjes op. Hier vinden we het Klein bronkruid, zowat 5 centimeter hoog. Het plantje is door zijn milieu en geringe grootte zeer gevoelig voor verdroging. Daarom worden kieming, groei, bloei en zaadzetting in niet minder dan een paar weken in het voorjaar voltooid! En zo ontsnapt het ook aan de aandacht van velen…

We verlaten nu Doeveren en volgen de Vloethemveldzate van oost naar west. Deze voormalige spoorweg is nu ingericht als een groene verkeersas voor wandelaars en fietsers. In de bedding vinden we nog steeds de grote keien terug die getuigen van deze vroegere functie. Opnieuw vormt dit snel opwarmend milieu een grote uitdaging voor planten. En opnieuw vormt een geringe grootte en snelle levenscyclus een oplossing om hiermee om te gaan.

De hier voorkomende miniaturen Vroegeling (3 centimeter) en Kandelaartje (2 centimeter) hebben een nog extremere strategie dan het vorige plantje.
Foto: Kandelaartje – Svdmolen / Wikimedia

Hun zaadjes zullen reeds vóór de winter kiemen om er in het daaropvolgende voorjaar nóg sneller bij te zijn! Nog voor de lente voorbij is, liggen de zaden alweer te rusten, om al die zomerse drukte aan zich te laten passeren.

Op het eind van de Vloethemveldzate volgen we even de Diksmuidse Heerweg om een kasseiwegeltje in te slaan. Alweer een bijzonder milieu. Met weinig ruimte voorhanden, en voertuigen die over het wegdek razen, lijkt dit een bijzonder vijandige omgeving. Maar niet zozeer als je klein bent!

Tussen de kasseien vinden we volop Liggende vetmuur (2 centimeter), die er zich gemakkelijk bij neerlegt.
Kasseien met Liggende vetmuur – foto: Abalg /
Wikimedia

Aan het eind van de Vloethemveldzate bereiken we het voormalige munitiedepot van het Vloethemveld. De afgelopen jaren zijn ook op dit terrein grootschalige werkzaamheden uitgevoerd. En toch zijn het voornamelijk de plantjes van kleine schaal die hiervan profiteren.

In het Vloethemveld vinden we zelfs twee grote zeldzaamheden onder de miniaturen: Dwergvlas (2 centimeter) en Draadgentiaan (2 centimeter).

Foto Draadgentiaan: © Hans Hillewaert / Wikimedia: CCBYSA3.0


Dwergvlas
Foto: Erwin Derous

Voor dit laatste, prachtige plantje (een miniatuurgentiaantje met draaddunne stengeltjes) is het Vloethemveld zelfs de enige bestendige groeiplaats in Vlaanderen! Maar kleine plantjes zijn fragiel, en voor die reden is het Vloethemveld dan ook een bijzonder kwetsbaar gebied…
Meer dan het beschermen waard dus.

Naast de heide is het Vloethemveld ook bekend om zijn vele vijvers. Hier groeit Klein kroos, die zich tot de allerkleinsten mag rekenen: amper 2 op 4 millimeter. Het is haast niet te geloven, maar binnenin de drijvende, opgeblazen blaadjes, kunnen zich kleine bloempjes ontwikkelen, zij het gereduceerd tot het absolute minimum: twee meeldraden, een vruchtbeginsel, en géén bloemblaadjes. Maar vruchtzetting wordt amper waargenomen. Veel meer nog gebeurt voortplanting ongeslachtelijk door een nieuw plantje af te splitsen. Wegens hun grootte is dat zo gebeurd!

Deze miniaturen zijn net zo boeiend als hun directe broertjes, de opvallende zonnebloemen, orchideeën of heesters die onze woonkamers en tuinen sieren. Maar je moet je wel even aanpassen aan hun schaal, wil je een glimp van die verborgen schoonheden opvangen…

Bram D’hondt


(1) Als indicatie wordt de minimale hoogte vermeld waarop de plant bloeiend kan worden aangetroffen, zoals vermeld in de Heukels‛ Flora van Nederland (van der Meijden, 2005).

Dit artikel werd gepubliceerd in de Hazelaar, april 2011

< TERUG