Een woudreus in Doeveren

Soms doe je een grote ontdekking van iets kleins: een vlinder die je nog nooit eerder zag, een kleurrijke paddenstoel waar iedereen over keek…
En soms doe je een kleine ontdekking van iets groots.

Zo gebeurde het dat ik, na meer dan 15 jaar vrijwilligerswerk in het natuurgebied Doeveren (Zedelgem-Oostkamp), voor het eerst aan de voet stond van wat een meer dan indrukwekkende boom bleek. Een beuk, meer bepaald. Nu ben ik zelf niet meteen klein van gestalte, maar een snel boomknuffelcontact leerde me dat ik het specimen nog niet half kon omarmen.

Een lintmeter bracht het verdict: 442 cm omtrek. Alstublieft. Een eenvoudige berekening met een minder eenvoudig getal schatte de diameter aldus op ong. 140 cm.

dav

En dat getal overschrijdt een magische grens. Beuken in bosverband met een diameter van meer dan een meter staan immers bekend als woudreuzen. Dat deze reus aan de aandacht was ontsnapt, had alles te maken met zijn ligging in een eerder oninteressante hoek, die je enkel kruipend door rododendronstruweel kunt bereiken (zeg gerust: jungle). Het voelde aan als een heel bescheiden expeditie. Door de ruimte, maar ook een beetje door de tijd.

De leeftijd afleiden van de omtrek is een precaire zaak. Wie het recente boek van de Vlaamse, maar wereldvermaarde, bomenexpert Valerie Trouet heeft gelezen (‘Wat bomen ons vertellen’), weet dat de breedte van een jaarring heel variabel en dus heel informatief is. Tegelijk betekent die variatie dat je uit de opgetelde breedte van de jaarringen niet per se wijzer wordt. Het valt dan ook niet met zekerheid te zeggen hoe oud onze beuk is, maar zijn leeftijd zou zeker boven de 150 à 200 jaar moeten liggen, vermoedt een andere expert.

Woudreuzen zijn heel zeldzaam en kenmerkend voor oud, ongestoord bos. In het Houtland vind je de meeste reuzen dan ook in het Wijnendalebos. Het is verleidelijk te denken dat ook deze boom de getuige is van het oorspronkelijke bos. Dat is zeker niet uitgesloten: volgens de bosleeftijdenkaart, dat beschikbaar is via de geopunt-website, geven alle historische kaarten voor deze locatie bos aan.

De detailgraad van de Ferraris-kaart (±1775) blijft wonderbaarlijk. We zien de heide, hofstede en bossen van Doeveren afgebeeld.

Dat moet echter worden genuanceerd. Elders in het perceel zijn duidelijk bomen aangeplant. Ook de oudste luchtfoto (± 1970) wijst op een menselijk gestuurd bos. Waarom zou de boom dan gespaard zijn? Waren de bosbeheerders gecharmeerd door zijn verschijning? Of had de boom misschien een betekenis? Het valt bijvoorbeeld op dat de boom zich vlakbij het punt bevindt waar op oude kaarten drie parochies aan elkaar raken (Loppem, Waardamme en Oostkamp). Of was de beuk louter aangeplant als parkboom, toen de naburige hofstede de allures van een landhuis kreeg (een “speelgoet”, aldus een bron uit 1807)?

Wat zou de reus ons verder te vertellen hebben? De aanleg van de snelweg E403, nauwelijks 25 meter verder, zou allicht ter sprake komen. Sindsdien kan zijn kruin dagelijks de vele (vracht)wagens bespieden.

Wellicht zou de reus ook zijn beklag doen over de ontwikkeling aan zijn voeten. De rododendron die in de omgeving ter versiering was aangeplant, domineert nu de ganse ondergroei. Bijgevolg krijgen kruiden en andere struiken geen kansen, en dat is ook het geval voor zaailingen van bomen. Dat betekent dat er geen spontane bosverjonging meer plaatsvindt in zijn perceel. De vergrijzing is ingezet, en dat baart de beheerders zorgen. Maar daarover meer in een latere Spille…

Misschien zou de reus ook vertellen hoe hij op een dag de Zwarte specht (terug?) zag komen, en hoe die hem wel eens koppijn bezorgt. Of de Kleine ijsvogelvlinder, die komt kietelen in zijn oksels. Of de Hazelworm, die tussen zijn tenen glipt.

Die laatste soort werd deze zomer na 15 jaar vermeende afwezigheid in Doeveren teruggevonden. Dat was dan weer een grote ontdekking van iets kleins.

Tekst en foto’s : Bram D’hondt (zedelgem@hotmail.com)
Met dank aan Kris Vandekerkhove (INBO)

Is verschenen in De Spille 2021-1.