Een kleine ode aan Dalkruid

Van zodra de winter wijkt voor de lente, komen de eerste plantjes in bloei. Voornamelijk in bossen is het een zaak van levensbelang om niet te laat te bloeien, vooraleer het loof van de bomen hen het vitale licht afneemt. Hier bevindt zich een plantje die luistert naar de naam Dalkruid.

Foto: Erwin Derous

Houtlandse bossen

Dalkruid is een echt bosplantje, en wel van bossen die worden aangeduid als ‘voedselrijk’. Het gaat dan niet om een voedselrijkdom zoals we die vinden op maïsakkers, maar om hoeveelheden aan voedingsstoffen zoals die van nature voorkomen in leembodems. Het zwaartepunt van Dalkruid ligt voor Vlaanderen dan ook in de leemstreek (Vlaams-Brabant en Brussel).

Toch moet je zo ver niet rijden om het plantje te aanschouwen. In sommige bossen van het Houtland groeit Dalkruid immers ook. Dat is het geval in het Wijnendalebos, Groenhovebos en het kasteel d’Aertrijke. In het werkingsgebied van Natuurpunt Zedelgem zijn dat het Plaisiersbos, Hoogveld en Doeveren. In andere bossen, zoals het Vloethemveld, is de soort afwezig: te ‘voedselarm’!

Met dank aan Linnaeus

Het loont altijd eens de moeite even stil te staan bij de wetenschappelijke naam van een plant. Van Dalkruid is deze: Maianthemum bifolium. Opgedeeld in stukken vertaalt maius zich als mei, anthemum zich als bloem, bi als twee en folium als blad. Samengevoegd krijgen we dus iets als “het tweebladig meibloempje”. En daarmee heeft het zichzelf mooi voorgesteld…

Bifolium

Een opvallend en onmiskenbaar kenmerk van Dalkruid zijn immers zijn twee glanzendgroene, hartvormige blaadjes, de één net iets hoger ingeplant dan de ander. Wie de blaadjes goedbestudeert, kan opmerken dat de bladnerven parallel lopen, waarmee Dalkruid zijn biologische afkomst verraadt: dit is een kenmerk die we heel veel terug vinden bij lelie-achtigen. De plant wordt dan ook traditioneel toegekend aan de leliefamilie, maar
tegenwoordig is enige voorzichtigheid geboden: recente inzichten hebben de indeling van de lelie-achtigen serieus omgewoeld, en deze is nog verre van gestabiliseerd.

In een dal

Maar daar ligt Dalkruid zelf wellicht niet wakker van; zij heeft andere zorgen om het hoofd! Hoewel het milieu van Dalkruid bekend staat als ‘stabiel’ (dit wil zeggen: zonder veel veranderingen, die de plant moet zien te ontlopen), is het voor elke plantensoort van cruciaal belang zich zo goed mogelijk te verspreiden. Zoals vele planten van stabiele milieu’s en bossen in het bijzonder, doet Dalkruid dat ondergronds met behulp van wortelstokken. En dat doet ze goed: hele matten kan ze vormen op de bodem van het bos. De vele plantjes zijn zo eigenlijk één en hetzelfde individu.

Wat ze echter minder goed doet, is zich over grotere afstanden in het landschap verspreiden. Dalkruid kan niet aan zelfbestuiving doen, en dus moet stuifmeel van een ander individu de stempel bereiken. Deze taak wordt in de eerste plaats vervuld door zweefvliegen. Bij het oppikken van stuifmeel op de ene plant en het afgeven ervan op de ander is veel geluk
gemoeid, gezien de soms wel grote afstanden tussen verschillende planten in een bos. Als we dan even bedenken hoever onze bossen uiteen zijn verwijderd, dan wordt uitwisseling tussen bossen al helemaal hachelijk.

Zonder stuifmeel kunnen geen besjes worden gevormd, en bij Dalkruid is het vruchtsucces dan ook meestal gering. De besjes die wél gevormd worden, zitten ook met een probleempje. Doordat Dalkruid een giftig plantje is, wordt ze gemeden door zoogdieren als vossen en marters, en ook bij vogels gaat de voorkeur wellicht naar andere bessensoorten.

Voor het voortbestaan van Dalkruid is het daarom belangrijk om grote, gezonde bossen te hebben, en die met elkaar te verbinden. Dit verhoogt de kans voor Dalkruid om zich gedurende haar leven toch minstens éénmaal succesvol te verspreiden, aanzienlijk. Het “tweebladig meibloempje” mag dan ook gerust worden beschouwd als een symbool voor de missie van Natuurpunt Zedelgem, die haar graag uit het, nu ja, dal helpt.

Bram D’hondt

Een versie van dit artikel verscheen in De Hazelworm, het vroegere tijdschrift van Natuurpunt Zedelgem.

< TERUG